Mijn herstelverhaal, door Bieneke Blaak

Mijn herstelverhaal.
4 januari 2011 werd ik getroffen door een hersenbloeding. Die datum staat in mijn geheugen gegrift. Op het moment dat ik mijn hersenbloeding kreeg was ik alleen thuis. 
Het was zo overweldigend dat ik dacht: “zo voelt het als mensen een hersenbloeding  krijgen”. Maar ik kon nog praten, geen uitval, geen scheve mond, ik kon op de hakken en tenen lopen, dus ik dacht:  “ik heb geluk gehad”. Wel had ik een vreselijke hoofdpijn. Pas na drie dagen en ook nog op aandringen van mijn man ben ik naar de huisarts gegaan. Deze vertrouwde het niet, gelijk door naar het ziekenhuis naar de neuroloog. Ook daar gingen de testjes goed, maar voor alle zekerheid toch maar een CT-scan. Toen ik terug kwam in de wachtkamer van de neuroloog kon ik gelijk binnen komen. De neuroloog was geschrokken: ik had op 3 plaatsen een bloeding, ik werd gelijk opgenomen. Kort daarop werd ik overgebracht naar het UMCG want ik moest misschien geopereerd worden. Na een paar dagen van onzekerheid kreeg ik de bevestiging: ik hoefde niet geopereerd te worden. De tijd dat ik in het ziekenhuis heb gelegen, had ik zelf steeds het gevoel ik kan zo mijn leven weer oppakken. Vroeg ook al wanneer ik weer mocht werken.

Eenmaal weer thuis op de bank voelde ik mij ook een hele pief. Ja, ik kon niet zo ver lopen en ik sliep veel. Maar ik vond dat niet verontrustend. Wel had ik veel last van eluid. Alles kwam extra hard binnen en ook prikkels kon ik niet filteren. 
Maar gaandeweg dat ik weer dingen oppakte om te gaan doen, kwam ik er achter dat veel dingen toch wel moeilijk of niet gingen. Maar toch dacht ik nog steeds: “ik heb geluk gehad het komt wel weer goed”. Als iets niet lukte, dacht ik hoe kan ik het anders doen, dat het wel kon, ik dacht in mogelijkheden. 
Ik vertelde bij de nacontrole bij de neuroloog van mijn klachten en hij vertelde mij: ”Maar mevrouw U bent ook ernstig ziek geweest”,  en dat mijn klachten serieus waren en hij stuurde mij door naar de revalidatiearts in Beatrixoord. Toen werd ik mij pas bewust dat het echt ernstig met mij was.

In Beatrixoord heb ik geleerd om te gaan met mijn beperkingen. Niet dat ik daar altijd naar handelde. Maar ik had de handvaten wel gekregen om er mee om te gaan. En het contact met lotgenoten was erg belangrijk voor mij. In de revalidatietijd ook weer begonnen met mijn werk . 
Steeds uitproberen wat kan, wat is haalbaar. Al mijn energie ging naar mijn werk en de revalidatie. In mijn revalidatie geleerd om dingen te doen waar je energie van krijgt zoals schilderen. Ik schilder nog steeds en het geeft mij veel voldoening terwijl ik in het begin dacht dat ik het niet zou kunnen.

Na mijn revalidatieperiode heb ik mee gedaan met rehab for live programma. Het gespreksonderwerp was meestal mijn werk en hoe zwaar het mij viel. 
Omdat ik mijn werk niet helemaal kon hervatten kreeg ik te maken met de bedrijfsarts en het UWV.  Mijn bedrijfsarts was van mening dat ik wel 30 uur kon werken en ik zat nog maar op 12. Mijn werkgever kreeg een sanctie opgelegd van een extra jaar, dat hield voor mij nog een jaar extra in, voordat ik gekeurd zou worden. Ik moest in dat extra jaar na een re-integratiebureau. 
Na drie jaar naar de keuringsarts van het UWV en omdat ik 12 uur werkte, kon ik blijkbaar weer voor 30 uur aan het werk, vond de bedrijfsarts. Er werd mij gelijk bij verteld dat ik voor ander werk niet geschikt was. Ik werd voor 65 % afgekeurd. Wat baalde ik .

Na mijn rehab for live kwam ik bij de nazorgverpleegkundige van Beatrixoord. Ook daar was meestal het gespreksonderwerp mijn werk en hoe zwaar het mij viel. 
Na een poosje zei ze:  “We hebben het iedere keer over je werk, wat wil je? Ga je nu een stap zetten of wil je een burn-out?” Nou een burn-out wou ik niet, dan toch maar een stap zetten. Kort daarop gingen we op vakantie en ik voelde mij zo slecht. Al mijn beperkingen waren verergerd. Ik vertelde mijn man dat ik mij wou ziek melden en wou stoppen met werk. Hij was hier nog niet aan toe, maar ik wel. Ik dacht als ik door blijf werken maak ik nog een fout en dat wil ik niet. Ik werkte immers met mensen met een verstandelijke beperking. Ik heb een herbeoordeling aangevraagd bij het UWV en toen ik een oproep kreeg voor de arts was ik binnen 10 minuten weer buiten voor 100 % afgekeurd. Wat voelde ik mij opgelucht: alle energie die ik had was voor mij zelf, mocht ik zelf besteden.

Wat ben ik blij met de nazorg verpleegkundige dat ze mij op het goede spoor heeft gekregen. Het heeft een aantal jaren geduurd maar ben nu blij met het leven zoals ik het leef.

Bevorderend:

  • Goede achterwacht, man, kinderen, familie, vrienden, ze hebben mij altijd gesteund.
  • Goede huisarts, luisterend oor, goede doorverwijzingen.
  • Rehab for live voor de ondersteuning in de thuissituatie .
  • Nazorgverpleegkundige: zij liet mij inzien dat ik niet goed bezig was.
  • Dingen doen waar je blij van wordt.
  • Hulpmiddelen, die je vrijheid geven, bijvoorbeeld een taxi-pas.
  • Schilderen: inspanning en ontspanning.
  • Lotgenoten: contact.

Belemmerend:

  • Ikzelf: in het begin geen goed ziektebeeld
  • Bedrijfsarts, die geen info wou, veel onbegrip.
  • Afwachtend.